Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 1997
Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 2 mei 1997
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 1997, ECLI:NL:PHR:1997:57.
De klachten van onderdeel 1.3 falen ten dele omdat zij een voortbouwend karakter hebben, en voor het overige bij gebreke van feitelijk grondslag, omdat het hof niet heeft geoordeeld dat de bank reeds ten tijde van de verpanding wist om welke vordering het ging. Blijkens het geciteerde arrest van Uw Raad is dat ook niet nodig. Het tijdstip waarop Ehco van de verpanding wist is voor de geldigheid van de verpanding niet van belang; het hof doelt uiteraard op de wetenschap van Ehco in verband met het bepalen van de verpande vordering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/92bd45b0b0be1c32f0cb110ac58e0317d1395ddac8aae1da83601745a44ced9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 92bd45b0b0be1c32f0cb110ac58e0317d1395ddac8aae1da83601745a44ced9c, en de alinea staat in dat document op bytes 19382 tot 19966.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/92bd45b0b0be1c32f0cb110ac58e0317d1395ddac8aae1da83601745a44ced9c | shasum -a 256