Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 mei 1997

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 16 mei 1997

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 mei 1997, ECLI:NL:PHR:1997:6.

Het in deze Antilliaanse zaak toepasselijke vermogensrecht is gelijk aan het Nederlandse vermogensrecht zoals dat gold voor 1 januari 1992. Ons huidige BW kent een algemene verrijkingsactie die haar grondslag vindt in de billijkheid; zie art. 6: 212 BW. De vraag kan worden gesteld of deze bepaling geacht moet worden ook het voor 1 januari 1992 geldende Nederlandse recht weer te geven. Uw Raad heeft deze vraag bevestigend beantwoord voor de leden 2 en 3 die - kort gezegd - de berekening van de verrijking regelen; zie Uw arrest van 29 januari 1993, NJ 1994, 172, m.nt. PvS. Uw Raad besliste in dat arrest niet dat ook het eerste lid van art. 6:212 BW waarin de algemene verrijkingsactie wordt erkend het voor 1 januari 1992 geldende Nederlandse recht weergeeft. Daaruit zou afgeleid kunnen worden dat voor het hier toepasselijke recht is blijven gelden de door Uw Raad in zijn arrest van 30 januari 1959, NJ 1959, 548, m.nt. DJV, geformuleerde regel dat een actie uit ongegronde verrijking slechts mogelijk is ingeval deze actie past in het stelsel van de wet en aansluit bij de wel in de wet geregelde gevallen. Zie hierover Asser-Hartkamp III, 1994, nr. 352.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a534f97e2fe992ce7794e931a6879235ac0d812b553fe0a6b6bf508c70fe076f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a534f97e2fe992ce7794e931a6879235ac0d812b553fe0a6b6bf508c70fe076f, en de alinea staat in dat document op bytes 15285 tot 16463.