Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 mei 1997

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 16 mei 1997

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 mei 1997, ECLI:NL:PHR:1997:6.

Subonderdeel 2a faalt naar het mij voorkomt reeds wegens gebrek aan feitelijke grondslag omdat het eraan voorbij ziet dat in 's Hofs overwegingen het oordeel ligt besloten dat [eiseres] het litigieuze perceel dat US$ 80.000,- waard was slechts heeft kunnen kopen voor US$ 47.000,- omdat [verweerder] aan [A] reeds het bedrag van US$ 37.935,74 had voldaan. 's Hofs oordeel dat in deze omstandigheden is voldaan aan het vereiste verband tussen de "verarming" van [verweerder] en de "verrijking" van [eiseres] geeft mijns inziens niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting; onbegrijpelijk acht ik 's Hofs oordeel niet. Op zijn juistheid kan 's Hofs oordeel wegens de verwevenheid met waarderingen van feitelijke aard in cassatie verder niet worden getoetst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a534f97e2fe992ce7794e931a6879235ac0d812b553fe0a6b6bf508c70fe076f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a534f97e2fe992ce7794e931a6879235ac0d812b553fe0a6b6bf508c70fe076f, en de alinea staat in dat document op bytes 23959 tot 24728.