Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 1997

Alinea 15 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 1997

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 1997, ECLI:NL:PHR:1997:7.

2) Op 18 januari 1990 heeft [verweerster] [eiser] gedagvaard en gevorderd de ontbondenverklaring van de huurovereenkomst, alsmede de veroordeling van [eiser] tot ontruiming van het gehuurde en tot betaling van de achterstallige en toekomstige huur, op dat moment inclusief kosten ƒ12.650,-- bedragende, alsmede de overeengekomen rente over de huurachterstand ad 8% per jaar. voerde verweer en vorderde in reconventie op zijn beurt de ontbondenverklaring van de huurovereenkomst per 1 februari 1988. Daarnaast vorderde [eiser] betaling van de door hem als gevolg van de wateroverlast geleden schade, ten bedrage van ƒ 48.595,50 en de wettelijke rente over dit bedrag. In eerste aanleg debatteerden partijen, zowel in conventie als in reconventie, onder meer over de vraag wie aansprakelijk was voor de wateroverlast en of het gehuurde na de wateroverlast nog te gebruiken was. Daarnaast was [eiser] van oordeel dat hij de gevorderde huur niet behoefde te betalen nu [verweerster] nooit (zelf) op betaling van de huur had aangedrongen en daardoor haar rechten terzake had verwerkt..

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/794e2beb63e75619295aeaadfd55d64b20a4f7f4da434edb2ad3008437bda055. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 794e2beb63e75619295aeaadfd55d64b20a4f7f4da434edb2ad3008437bda055, en de alinea staat in dat document op bytes 6991 tot 8132.