Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 1997
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 1997
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 1997, ECLI:NL:PHR:1997:7.
Subonderdeel 2 klaagt over het oordeel van de rechtbank dat [eiser] geen steekhoudende verklaring heeft gegeven voor het feit dat hij de genoemde zaken nog steeds in het gehuurde had gelaten en hij het gehuurde eerst in oktober 1990 - met tegenzin - heeft ontruimd. Ook deze klacht acht ik gegrond. [eiser] heeft hiervoor immers als verklaring gegeven dat hij hoopte dat hij door het gehuurde niet vrij te geven een bevredigende regeling van de door hem als gevolg van de wateroverlast geleden schade zou kunnen bewerkstelligen. Het betreft hier m.i. een beroep op een opschortingsrecht in de zin van art. 6:52 BW, waaromtrent de rechtbank een gemotiveerde beslissing had moeten geven. Thans valt uit het vonnis niet op te maken waarom de rechtbank het beroep niet steekhoudend heeft geacht. Vgl. HR 28 juni 1996, RvdW 1996, 153.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/794e2beb63e75619295aeaadfd55d64b20a4f7f4da434edb2ad3008437bda055. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 794e2beb63e75619295aeaadfd55d64b20a4f7f4da434edb2ad3008437bda055, en de alinea staat in dat document op bytes 16355 tot 17261.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/794e2beb63e75619295aeaadfd55d64b20a4f7f4da434edb2ad3008437bda055 | shasum -a 256