Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 1997

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 16 april 1997

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 1997, ECLI:NL:PHR:1997:AA2125.

"(...) B is niet gelieerd met belanghebbende en derhalve als een derde te beschouwen. De onroerende zaak had ten tijde van de overdracht van de economische eigendom daarvan voor belanghebbende de functie van een bedrijfsmiddel dat werd gebruikt in het productieproces van een 100% dochter, die een fiscale eenheid vormde met belanghebbende. De dochter wordt geacht te zijn opgegaan in belanghebbende. Een en ander heeft tot gevolg dat sprake is van eigen gebruik van de onroerende zaak door belanghebbende dan wel door de combinatie van belanghebbende en haar dochter. De ter zitting door de inspecteur afgelegde verklaring dat sprake was van een tot belegging verhuurd pand berust op een juridisch onjuist uitgangspunt. Op grond van de feiten kan slechts tot eigen gebruik geconcludeerd worden."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6f976721c308ed837aedcbed8a806c6d4b8bf8d83f5398596023e8548222e88d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6f976721c308ed837aedcbed8a806c6d4b8bf8d83f5398596023e8548222e88d, en de alinea staat in dat document op bytes 11094 tot 11905.