Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 1997
Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 16 april 1997
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 1997, ECLI:NL:PHR:1997:AA2125.
"(...) dat volgens art. 2 van het Besluit op de Inkomstenbelasting 1941 de met het verwerven van inkomsten in verband staande aangelegenheden van de gehuwde vrouw geacht worden haar man te betreffen; dat ten aanzien van belanghebbendes echtgenote tot deze aangelegenheden behoorde het genot van de opbrengst van vermogen in den vorm van de huuropbrengst van een door haar in eigendom bezeten pand; dat dit genot ingevolge art. 2 voornoemd geacht moet worden belanghebbende te betreffen, doch de in dat artikel vervatte fictie niet zover gaat, dat nu ook de eigendom van dit pand aan belanghebbende zou moeten worden toegerekend, zó dat belanghebbende dit, als behoorde het hem zelf toe, zou kunnen bestemmen tot onderdeel van zijn eigen in zijn bedrijf belegde vermogen en daarop zou kunnen afschrijven als ware het een tot zijn bedrijf behorend bedrijfsmiddel (...)"
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6f976721c308ed837aedcbed8a806c6d4b8bf8d83f5398596023e8548222e88d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6f976721c308ed837aedcbed8a806c6d4b8bf8d83f5398596023e8548222e88d, en de alinea staat in dat document op bytes 18212 tot 19094.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6f976721c308ed837aedcbed8a806c6d4b8bf8d83f5398596023e8548222e88d | shasum -a 256