Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 1997
Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 16 april 1997
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 1997, ECLI:NL:PHR:1997:AA2125.
"dat het Besluit op de Vennootschapsbelasting 1942 in beginsel niet bedoelt moeder- en dochtermaatschappijen als één geheel in de belasting te betrekken, doch er van uitgaat, dat een moedermaatschappij en haar - juridisch zelfstandige - dochterondernemingen op zich zelf staande lichamen vormen, die elk afzonderlijk subjectief belastingplichtig kunnen zijn, in welk geval ook voor elk afzonderlijk het belastbaar bedrag moet worden bepaald; dat dit (...) te duidelijker spreekt doordat - bij wijze van uitzondering op het beginsel - (...) toepasselijk is de in artikel 27 van het Besluit op de Winstbelasting 1940 vervatte regeling, ingevolge welke (...) het Hoofd van het Departement van Financiën (...) kan bepalen, dat een moedermaatschappij met haar dochteronderneming (...) voor de belastingheffing als eenheid zullen worden beschouwd; dat, nu in deze (...) artikel 27 voornoemd geen toepassing heeft gevonden, de transacties van belanghebbende met haar dochteronderneming moeten worden bezien als transacties met een derde; dat het Hof dan ook terecht (...) het verschil tussen de boekwaarde en de werkelijke waarde van de effecten, die zij door inbreng in haar dochteronderneming vervreemdde (...) als onderdeel van de winst van belanghebbende heeft aangemerkt (...)"
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6f976721c308ed837aedcbed8a806c6d4b8bf8d83f5398596023e8548222e88d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6f976721c308ed837aedcbed8a806c6d4b8bf8d83f5398596023e8548222e88d, en de alinea staat in dat document op bytes 19310 tot 20602.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6f976721c308ed837aedcbed8a806c6d4b8bf8d83f5398596023e8548222e88d | shasum -a 256