Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 1997
Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 16 april 1997
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 1997, ECLI:NL:PHR:1997:AA2125.
"dat het Hof niet aannemelijk heeft geacht, dat belanghebbende bij het beheer en de exploitatie van het (...) fabrieksgebouw eenzelfde vrijheid zal hebben als zij had ten opzichte van de verkochte gronden (...) en voorts heeft geoordeeld dat de band, die zij via haar aandeelhouder met de huurster van dit gebouw heeft, ertoe moet leiden dat zij bij dat beheer en die exploitatie in vergaande mate rekening zal moeten houden met de belangen van deze huurster; dat deze oordelen (...) in cassatie niet met vrucht kunnen worden bestreden; dat het Hof, door uit deze oordelen af te leiden dat het genoemde fabrieksgebouw voor belanghebbende incourant is en onder haar bezittingen een afzonderlijke plaats inneemt, niet vergelijkbaar met die van (...) de verkochte goederen (...), een (...) oordeel van feitelijke aard heeft gegeven dat geen nadere motivering behoefde (...)"
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6f976721c308ed837aedcbed8a806c6d4b8bf8d83f5398596023e8548222e88d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6f976721c308ed837aedcbed8a806c6d4b8bf8d83f5398596023e8548222e88d, en de alinea staat in dat document op bytes 28857 tot 29742.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6f976721c308ed837aedcbed8a806c6d4b8bf8d83f5398596023e8548222e88d | shasum -a 256