Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 1997

Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 16 april 1997

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 1997, ECLI:NL:PHR:1997:AA2125.

"4.2. (...) Naar reeds blijkt uit artikel 2, lid 5, van [de] wet [Vpb. 1969] vormen alle ondernemingsactiviteiten die door een besloten vennootschap worden verricht, te zamen één onderneming. Er is geen reden om aan te nemen dat de wetgever dit uitgangspunt niet heeft willen doen gelden voor de toepassing van artikel 14 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Dit brengt mede dat belanghebbende de bij de verkoop van het bedrijfspand gerealiseerde winst op de voet van voormeld artikel 14 mocht reserveren, indien en zolang zij het voornemen had over te gaan tot de aanschaffing van een ander pand dat in haar onderneming eenzelfde economische functie zou gaan vervullen als het verkochte onroerende goed. 4.3. Nu het Hof van een andere opvatting is uitgegaan, kan de bestreden uitspraak niet in stand blijven; verwijzing moet volgen."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6f976721c308ed837aedcbed8a806c6d4b8bf8d83f5398596023e8548222e88d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6f976721c308ed837aedcbed8a806c6d4b8bf8d83f5398596023e8548222e88d, en de alinea staat in dat document op bytes 31072 tot 31927.