Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 1997

Alinea 85 Parket bij de Hoge Raad 16 april 1997

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 1997, ECLI:NL:PHR:1997:AA2125.

"(...) dat de moedermaatschappij, waarin de gevoegde dochtermaatschappijen voor de heffing van de vennootschapsbelasting zijn opgegaan, als belastingsubject op één lijn is te stellen met de niet-gevoegde (...) BV die verscheidene objectieve ondernemingen omvat. (...) Zoals immers de niet-gevoegde (...) BV meer dan één onderneming in objectieve zin kan exploiteren, zo zal in de regel als gevolg van de voeging ook tot de fiscale eenheid meer dan één objectieve onderneming gaan behoren. Naar analogie met de situatie bij de niet-gevoegde vennootschap die meer dan één objectieve onderneming drijft, zal dan ook de toepasselijkheid van de vervangingsreserve betrokken moeten worden op het totaal der ondernemingsactiviteiten van de fiscale eenheid. De grenzen tussen de "ondernemingen in objectieve zin" spelen voor de fiscale winstberekening geen rol en mogen dus zonder fiscale consequenties overschreden worden. Eis blijft echter ten aanzien van het begrip "vervanging", dat het vervangende object binnen het totaal der ondernemingsactiviteiten "eenzelfde economische functie" vervult als het vervreemde object. (...)"

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6f976721c308ed837aedcbed8a806c6d4b8bf8d83f5398596023e8548222e88d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6f976721c308ed837aedcbed8a806c6d4b8bf8d83f5398596023e8548222e88d, en de alinea staat in dat document op bytes 33022 tot 34166.