Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 mei 1997
Alinea 102 Parket bij de Hoge Raad 7 mei 1997
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 mei 1997, ECLI:NL:PHR:1997:AA3201.
4.12 . De schrijvers die zich gedurende die tijd en nadien daarover geuit hebben, stellen, naar het mij voorkomt, duidelijk in het licht dat het bedoelde verdrag in dit opzicht een min of meer unieke positie inneemt, met name in die zin dat het enerzijds geen uitdrukkelijk voorschrift inhoudt hoe in haar algemeenheid de toerekening dient te geschieden, en anderzijds meer dan andere verdragen waarbij Nederland partij is of was, aanwijzingen bevat die een keuze voor de indirecte methode, dus voor de "winstsplitsing" in tegenstelling tot de ondernemingssplitsing, suggereren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f92e331aede52e91bbc86ff54fbe0c0fd76e1ec46932f161f7081ec0003f3d2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f92e331aede52e91bbc86ff54fbe0c0fd76e1ec46932f161f7081ec0003f3d2f, en de alinea staat in dat document op bytes 42269 tot 42860.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f92e331aede52e91bbc86ff54fbe0c0fd76e1ec46932f161f7081ec0003f3d2f | shasum -a 256