Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 mei 1997
Alinea 136 Parket bij de Hoge Raad 7 mei 1997
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 mei 1997, ECLI:NL:PHR:1997:AA3201.
"(...) Aangezien het in gevallen als de onderhavige met de behandeling van de kosten van de kapitaalsbelasting gemoeide belang substantieel te noemen is, mag en moet er van worden uitgegaan dat partijen bij het sluiten van de overeenkomst zich er rekenschap van hebben gegeven welke betekenis de overeenkomst zou hebben met betrekking tot deze kosten. Het ligt dan voor de hand dat zij (...) het arrest van (...) 1977 (...) tot richtsnoer zullen hebben genomen. (...) Van een overeenkomst met deze inhoud kan (...) bezwaarlijk worden gezegd dat zij in strijd was met het recht, en voor zover zij, gelet op de nieuwe jurisprudentie, met ingang van 1992 geacht kan worden "contra legem" te zijn, dient zij niettemin ten uitvoer te worden gebracht. Indien uw Raad "omgaat", kan dat toch niet tot gevolg hebben dat overeenkomsten die zijn gesloten op basis van het "oude recht" tot gevolgen leiden die partijen niet hebben gewild."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f92e331aede52e91bbc86ff54fbe0c0fd76e1ec46932f161f7081ec0003f3d2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f92e331aede52e91bbc86ff54fbe0c0fd76e1ec46932f161f7081ec0003f3d2f, en de alinea staat in dat document op bytes 55158 tot 56099.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f92e331aede52e91bbc86ff54fbe0c0fd76e1ec46932f161f7081ec0003f3d2f | shasum -a 256