Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 mei 1997

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 7 mei 1997

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 mei 1997, ECLI:NL:PHR:1997:AA3201.

"(blz. 7) (...) 5.1. (...) uitgaven voor kapitaalsbelasting (...) hebben primair betrekking op het bestaan van belanghebbende als rechtspersoon en zijn afhankelijk van de omvang van het kapitaal en niet van de wijze waarop het kapitaal zal worden aangewend. Dit brengt mee dat deze kosten niet op zodanige wijze verband houden met bepaalde door belanghebbende te behalen voordelen, dat zij aan die voordelen kunnen worden toegerekend. Anders dan de inspecteur meent is het vorenstaande ook van toepassing op de onderhavige casus waarin de omvang van de winst van een vaste inrichting aan de orde is. 5.2. Gelet op het vorenoverwogene kan het Hof de inspecteur niet volgen in zijn standpunt dat uit de overeenkomst tussen belanghebbende en de inspecteur (...) volgt dat 90% van de door belanghebbende voldane kapitaalsbelasting aan de vaste inrichtingswinst dient te worden toegerekend. Een dergelijke uitleg van de tussen partijen gesloten overeenkomst zou immers moeten leiden tot het oordeel dat partijen een overeenkomst hebben gesloten waarvan de bepalingen in strijd zijn met het recht. (...)"

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f92e331aede52e91bbc86ff54fbe0c0fd76e1ec46932f161f7081ec0003f3d2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f92e331aede52e91bbc86ff54fbe0c0fd76e1ec46932f161f7081ec0003f3d2f, en de alinea staat in dat document op bytes 17291 tot 18403.