Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 1997
Alinea 87 Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 1997
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 1997, ECLI:NL:PHR:1997:AA3285.
"(blz. 6) (...) 6.4.1. (...) Belastingplichtige had voorheen geen vermogensrechten met betrekking tot B B.A., behoudens het recht op teruggave van het entreegeld. Het vermogen van de coöperatie vormt immers zogenaamd "dode handvermogen" waarop belastingplichtige gedurende en ook bij beëindiging van het lidmaatschap geen aanspraak kan maken (...) Het aandeel staat (...) niet op zichzelf, maar vormt een onderdeel van het complex van rechten en verplichtingen van het lid jegens de coöperatie. Door op deze wijze de coöperatie mee te financieren waarborgt belanghebbende dat hij op voordelige wijze zijn produkten van de coöperatie kan betrekken. (...) (blz. 7) (...) Van belang is (...), dat in [de] arresten [van 1 juni 1955 en 4 juni 1975] de belanghebbende een coöperatie was met een in aandelen verdeeld kapitaal. Het vermogen van de coöperatie komt dan toe aan de aandeelhouders. (...) Bij B B.A. is het vermogen eigendom van de coöperatie zelf. De leden kunnen daar persoonlijk geen rechten op doen gelden. (...)"
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd80d97521d2fe17beff00626735e4378d0005884af786513d7b3db4168061d3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd80d97521d2fe17beff00626735e4378d0005884af786513d7b3db4168061d3, en de alinea staat in dat document op bytes 37465 tot 38508.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dd80d97521d2fe17beff00626735e4378d0005884af786513d7b3db4168061d3 | shasum -a 256