Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 november 1997

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 12 november 1997

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 november 1997, ECLI:NL:PHR:1997:AA3304.

"(blz. 14, linkerkolom, laatste al.) (...) In verband met de termijnen, gesteld in de artikelen 11, derde lid, 16, derde lid, en 20, derde lid, is het noodzakelijk, dat geen twijfel mogelijk is omtrent het tijdstip, waarop (rechterkolom, 1e al.) een belastingaanslag tot stand komt. [Voorgesteld] wordt (...), als dagtekening van vaststelling van een belastingaanslag te doen gelden de dagtekening van het aanslagbiljet waaruit van de aanslag blijkt. Daardoor zal het voor de aangeslagene mogelijk zijn na te gaan, of de termijn waarbinnen de belastingaanslag moet zijn opgelegd, is inachtgenomen. (...) (blz. 15, linkerkolom, 4e al. v. o.) Artikel 11. (...) (3e al. v. o.) Het derde lid (...) zal (...) voor de belastingplichtigen een waarborg opleveren, dat zij binnen een redelijke termijn hun belastingafrekening ontvangen. (...)"

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e60d0bc9756a830cd0b203d4a1b41b7b2c0fe757dc7f34616e07322107cdc30. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e60d0bc9756a830cd0b203d4a1b41b7b2c0fe757dc7f34616e07322107cdc30, en de alinea staat in dat document op bytes 7772 tot 8620.