Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 november 1997
Alinea 78 Parket bij de Hoge Raad 12 november 1997
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 november 1997, ECLI:NL:PHR:1997:AA3304.
"(blz. 2367) (...) 5.2. In het onderhavige geval staat vast dat de navorderingsaanslag is terug te voeren op een fout die bij de verwerking van de primitieve aanslag is begaan. (...) Belanghebbende heeft niet om navordering verzocht. (...) 5.4. De (...) navorderingsaanslag is opgelegd overeenkomstig de in de aangifte vermelde gegevens. Bij het opleggen van de definitieve aanslag overeenkomstig die gegevens (...) is geen heffingsrente verschuldigd. Wordt bij het opleggen van die definitieve aanslag door de inspecteur een voor de belastingplichtige kenbare administratieve vergissing begaan, die door het opleggen van de navorderingsaanslag wordt hersteld, dan wordt ingevolge artikel 30c, tweede lid, AWR over het bedrag (blz. 2368) van de navorderingsaanslag heffingsrente in rekening gebracht (...) 5.5. (...) Waar een navorderingsaanslag (...) is opgelegd overeenkomstig de aangifte, (...) kan een letterlijke toepassing van die bepaling tot een onredelijke wetstoepassing leiden (...) Daarvan zal met name sprake zijn indien een definitieve (primitieve) aanslag is opgelegd na afloop van het drempeltijdvak en een daarbij gemaakte fout later bij wege van navordering wordt hersteld. Alsdan zal naar de letter van de wet heffingsrente in rekening worden gebracht over het bedrag van de navorderingsaanslag, óók over de periode tussen het einde van het drempeltijdvak en de datum van de primitieve aanslag, zulks terwijl zonder de door de inspecteur gemaakte fout over die periode geen heffingsrente zou zijn berekend. (...) 5.7. (...) Besloten is goed te keuren dat (...) de belastingplichtige na het opleggen van de primitieve aanslag een termijn van twee maanden wordt gegeven om te verzoeken om een navorderingsaanslag; indien een belastingplichtige binnen deze termijn geen verzoek om navordering doet, wordt heffingsrente in rekening gebracht vanaf het tijdstip waarop de termijn van twee maanden is verstreken. 5.8. (...) Een onredelijke wetstoepassing als hiervoor onder 5.4 geschetst, zal zich bij toepassing van dit beleid in het algemeen niet meer voordoen. Daarbij neemt het Hof in aanmerking dat de belastingplichtige, voor wie de gemaakte fout kenbaar was, zich er tevens bewust van zal zijn - althans moet zijn - dat hij vanaf dat moment een rentevoordeel heeft omdat hij de volgens zijn aangifte verschuldigde belasting nog niet behoeft te betalen. (...) Het Hof acht daarom onvoldoende grond aanwezig om het bepaalde in artikel 30c, tweede lid, AWR in het onderwerpelijke geval buiten toepassing te laten. (...)"
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e60d0bc9756a830cd0b203d4a1b41b7b2c0fe757dc7f34616e07322107cdc30. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e60d0bc9756a830cd0b203d4a1b41b7b2c0fe757dc7f34616e07322107cdc30, en de alinea staat in dat document op bytes 23564 tot 26116.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e60d0bc9756a830cd0b203d4a1b41b7b2c0fe757dc7f34616e07322107cdc30 | shasum -a 256