Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 november 1998

Alinea 10 Parket bij de Hoge Raad 24 november 1998

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 november 1998, ECLI:NL:PHR:1998:1.

Het middel mist feitelijke grondslag. Op 22 oktober 1997 is namens verzoeker beroep in cassatie ingesteld; de stukken zijn door de griffier van het gerechtshof op 4 maart 1998 verzonden naar, en - blijkens een daarop geplaatst stempel -op 10 maart 1998 ontvangen door de Hoge Raad. De zaak heeft gediend op 9 oktober 1998. Tussen het instellen van beroep in cassatie en de ontvangst van de stukken ter griffie ligt een termijn van viereneenhalve maand. In aanmerking genomen dat -zoals in Uw arrest van 24 maart 1998, NJ 1998, 557 overwogen - overschrijding van de in art. 365a jB 415 Sv bepaalde termijn voor aanvulling van een verkort arrest van vier maanden door de wetgever bewust niet met nietigheid is bedreigd, bestaat er geen aanleiding aan deze (kleine) termijnoverschrijding op enigerlei wijze formeel- of materieelrechtelijke consequenties te verbinden. Het middel faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9362ec0e069dd389ed5c8e58cada89e2be0724bdb9e67f0a3fba4602b98dd598. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9362ec0e069dd389ed5c8e58cada89e2be0724bdb9e67f0a3fba4602b98dd598, en de alinea staat in dat document op bytes 5281 tot 6176.