Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 november 1998

Alinea 12 Parket bij de Hoge Raad 24 november 1998

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 november 1998, ECLI:NL:PHR:1998:1.

6. Het door de Hoge Raad in de art. 3 en 6 van de Vuurwapenwet ingelezen bestanddeel van het zich in meerdere of mindere mate bewust zijn dat de (verboden) gedraging betrekking had op een vuurwapen of munitie (HR 10 juni 1986, NJ 1987, 85) is door Uw Raad in de Wet wapens en munitie overgenomen voor wat betreft het voorhanden hebben van vuurwapens of munitie. De Hoge Raad oordeelde op 6 juni 1995 (NJ 1995, 653) - waar het cassatiemiddel inhield dat uit de bewijsmiddelen niet kon volgen dat de verdachte zich van de aanwezigheid van het wapen in zijn huis bewust was - dat het hof kennelijk en niet onbegrijpelijk had geoordeeld dat sprake is geweest van opzettelijk verbergen. Zou een bewustheidseis door Uw Raad niet zijn gesteld, dan zou U hebben kunnen antwoorden dat het middel uitgaat van een rechtens niet gestelde eis.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9362ec0e069dd389ed5c8e58cada89e2be0724bdb9e67f0a3fba4602b98dd598. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9362ec0e069dd389ed5c8e58cada89e2be0724bdb9e67f0a3fba4602b98dd598, en de alinea staat in dat document op bytes 6523 tot 7366.