Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 februari 1998

Alinea 11 Parket bij de Hoge Raad 20 februari 1998

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 februari 1998, ECLI:NL:PHR:1998:11.

2) [eiseres] heeft in dit geding in eerste aanleg, na haar vermeerdering van eis bij conclusie van repliek, betaling gevorderd van ƒ 618.090,-- wegens verminderd arbeidsvermogen, een nader te begroten bedrag aan overige materiële schade, ƒ 17.500,-- aan smartengeld, ƒ 5.265,50 aan expertisekosten en ƒ 11.690,78 aan buitengerechtelijke juridische kosten, een en ander met een nevenvorderingen en onder aftrek van ƒ 10.000,-- die Helvetia reeds had betaald. Zij heeft aan haar vordering onder meer ten grondslag gelegd dat zij, indien het ongeval haar niet zou zijn overkomen, een MDGO-opleiding zou hebben gevolgd en dat zij vervolgens op korte termijn een baan zou hebben gevonden in de zieken of bejaardenzorg. Helvetia heeft de vordering weersproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dea1d80e775dc5e367fca86391376b2ddb2e021786facf057d5fea050df2bc24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dea1d80e775dc5e367fca86391376b2ddb2e021786facf057d5fea050df2bc24, en de alinea staat in dat document op bytes 5251 tot 6036.