Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 februari 1998

Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 20 februari 1998

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 februari 1998, ECLI:NL:PHR:1998:11.

4) Tegen dit vonnis heeft Helvetia hoger beroep ingesteld. [eiseres] heeft incidenteel geappelleerd. Het hof 's-Gravenhage is bij arrest van 17 september 1996 – op grond van bij de behandeling van het middel weer te geven overwegingen – tot de slotsom gekomen dat de rechtbank de vordering van [eiseres] ter zake van arbeidsinkomstenderving ten onrechte in beginsel toewijsbaar heeft geacht. Het heeft, hierop voortbouwende, de incidentele grieven van [eiseres] tegen de door de rechtbank vastgestelde hoogte van het smartengeld en van de kosten van buitengerechtelijke juridische bijstand verworpen. Op het principaal beroep heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd. Het heeft Helvetia veroordeeld tot betaling van ƒ 11.790,-- met rente, waarbij het heeft verstaan dat Helvetia dit bedrag inmiddels aan [eiseres] had voldaan, en heeft het meer of anders gevorderde afgewezen. Het incidentele beroep heeft het hof verworpen, een en ander met veroordeling van [eiseres] in de kosten in beide instanties.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dea1d80e775dc5e367fca86391376b2ddb2e021786facf057d5fea050df2bc24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dea1d80e775dc5e367fca86391376b2ddb2e021786facf057d5fea050df2bc24, en de alinea staat in dat document op bytes 8607 tot 9663.