Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 februari 1998
Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 20 februari 1998
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 februari 1998, ECLI:NL:PHR:1998:11.
7) Het gaat in deze zaak in het bijzonder om de vraag of [eiseres] als gevolg van het haar overkomen ongeval schade heeft geleden door het verlies van toekomstige arbeidsinkomsten (arbeidsvermogenverlies). Deze vraag moet men beantwoorden door de inkomenssituatie na het ongeval te vergelijken met de hypothetische situatie dat het ongeval niet zou zijn geschied. Het komt daarbij aan op de redelijke verwachting van de rechter omtrent toekomstige ontwikkelingen, waarbij het veelal gaat om waarderingen van feitelijke aard die in cassatie maar in beperkte maten kunnen worden getoetst. Zie HR 19 november 1943, NJ 1944, 21; HR 29 april 1994, NJ 1995, 609 m.nt. CJHB; HR 13 januari 1995, NJ 1997, 175 m.nt. CJHB; Schadevergoeding, aant. 12 e.v. op art. 6:107 en aantt. 32-33 op art. 6:108 (A.T. Bolt); Handboek Personenschade, 3030-5 e.v. (H.A. Bouman) en Mon. Nieuw BW B-37 (Bouman/Van Wassenaer), 1991, nr. 27.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dea1d80e775dc5e367fca86391376b2ddb2e021786facf057d5fea050df2bc24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dea1d80e775dc5e367fca86391376b2ddb2e021786facf057d5fea050df2bc24, en de alinea staat in dat document op bytes 10674 tot 11599.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dea1d80e775dc5e367fca86391376b2ddb2e021786facf057d5fea050df2bc24 | shasum -a 256