Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 februari 1998

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 20 februari 1998

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 februari 1998, ECLI:NL:PHR:1998:11.

'Voor wat betreft de vraag, of [eiseres] buiten de verzorgende sector in staat is werk te vinden, het navolgende. Heling geeft een aantal functies aan, de [eiseres] op basis van haar huidige kracht en bekwaamheden is staat moet zijn te verrichten. Hij geeft daarbij aan, dat [eiseres] in verband met de arbeidsmarktsituatie, de verminderde inzetbaarheid van [eiseres] en haar bekwaamheden en het mindere enthousiasme van werkgevers om personen met klachten in dienst te nemen , moeilijker bemiddelbaar zal zijn. Weliswaar geeft Heling aan, dat met een goede begeleiding en motivatie het mogelijk moet zijn om [eiseres] van passend werk te voorzien, doch hij vermeldt tegelijkertijd, dat dit gezien haar klachtenpatroon twijfelachtig zal zijn. Over het laatste merkt [eiseres] op, dat zij bewust gekozen had voor een baan in de verzorgende sector, en niet voor een van de functies die is aangeduid door ing Heling. Dit moge ook blijken uit productie 4 van conclusie van repliek, de verklaring van mevrouw Van Vonno-van Brakel, die verklaart dat [eiseres] al herhaaldelijk haar gesproken heeft over het volgen van een cursus tot bejaardenverzorger.'

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dea1d80e775dc5e367fca86391376b2ddb2e021786facf057d5fea050df2bc24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dea1d80e775dc5e367fca86391376b2ddb2e021786facf057d5fea050df2bc24, en de alinea staat in dat document op bytes 13282 tot 14479.