Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 februari 1998
Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 20 februari 1998
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 februari 1998, ECLI:NL:PHR:1998:11.
Bij het vaststellen van de verdiencapaciteit is hij vervolgens uitgegaan van 50% kans op werk in de verzorging en 50% kans op ander werk. Voor de situatie na het ongeval heeft Heling [eiseres] in staat geacht deel te nemen aan het arbeidsproces. Hij heeft een aantal functies opgenoemd tot het verrichten waarvan hij haar in staat achtte (p. 9). In de hiervoor geciteerde passage uit de conclusie na deskundigenbericht heeft [eiseres] op de laatstgenoemde vaststelling van Heling gereageerd. Voorts heeft zij gesteld dat zij na haar ongeval ook de door Heling genoemde functies bepaald niet zonder problemen zou kunnen vervullen en dat deze voor haar niet haalbaar zijn (nr. 11). Daarnaast bestreed [eiseres] dat zij slechts 50% kans op werk in de verzorging zou hebben gehad. Volgens haar moest ervan worden uitgegaan dat zij een baan in de verzorgende sector zou hebben gekregen (nrs. 24-25). Bij conclusie van antwoord na deskundigenbericht heeft Helvetia weersproken dat de door Heling genoemde functies voor [eiseres] niet haalbaar zouden zijn (p. 4). De rechtbank heeft in haar vonnis van 2 november 1994 de inschatting van Heling, dat [eiseres] 50% kans had op werk in de verzorging en 50% kans op ander werk, overgenomen (r.o. 3.2). In haar memorie van grieven (nr. 23, ad grief I) heeft Helvetia dit oordeel van de rechtbank bestreden. Zij stelde, onder verwijzing naar een door haar bij die memorie overlegd deskundigenrapport van Cunningham Boschman, de kans op werk in de verzorging voor [eiseres] op 10% en haar kans op werk op gemiddeld 28,25%. Voorts bestreed zij het oordeel van de rechtbank dat [eiseres] als volledig arbeidsongeschikt moest worden aangemerkt (grief II). In haar memorie van antwoord heeft [eiseres] geconstateerd dat Helvetia de opmerking van Heling, dat [eiseres] gelet op haar persoon ander werk zou hebben gezocht, niet had weersproken. Volgens [eiseres] was Heling dan ook terecht uitgegaan van een halve kans op werk in de verzorging en een halve kans op ander werk (nrs. 38-39). Voorts betoogde [eiseres] dat zij na het ongeval feitelijk niet in staat was een andere functie dan werk in de verzorging te vinden (nrs. 46-53). Bij pleidooi heeft Helvetia herhaald dat [eiseres] in verband met haar restcapaciteit geen vergoeding van schade wegens verlies aan arbeidsvermogen zou toekomen (nr. 15 e.v.).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dea1d80e775dc5e367fca86391376b2ddb2e021786facf057d5fea050df2bc24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dea1d80e775dc5e367fca86391376b2ddb2e021786facf057d5fea050df2bc24, en de alinea staat in dat document op bytes 16613 tot 19051.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dea1d80e775dc5e367fca86391376b2ddb2e021786facf057d5fea050df2bc24 | shasum -a 256