Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 januari 1998

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 20 januari 1998

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 januari 1998, ECLI:NL:PHR:1998:13.

5. Uit het voorgaande volgt dat het te dezen niet gaat om een andere vrijspraak dan waarop art. 430 lid 1 Sv het oog heeft, zodat de procureur-generaal niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn beroep. Deze voorspelling deden trouwens De Jong en Van der Neut reeds in hun artikel List, onmacht en verkrachting, NJB 1997 blz. 1067, hetwelk mede naar aanleiding van de onderhavige zaak is geschreven. Daarin (blz. 1068) wordt overigens terecht aangestipt dat het OM in deze zaak uitsluitend voor het anker van art. 242 Sr is gaan liggen; vgl. daarover ook NLR, aant. 3 bij art. 243, inclusief voetnoot 1 op blz. 743 (suppl. 91). Zie over dit onderwerp voorts Rozemond, De teleologie van de bewusteloosheid en de lichamelijke onmacht, NJB 1997 blz. 1332.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d6bad3b4def88a7872d6f6a92051b47377beff6772c8b8d75af14284c4aac61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d6bad3b4def88a7872d6f6a92051b47377beff6772c8b8d75af14284c4aac61, en de alinea staat in dat document op bytes 8074 tot 8848.