Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 maart 1998

Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 31 maart 1998

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 maart 1998, ECLI:NL:PHR:1998:28.

Bij delicten als de onderhavige (drugshandel) kan het voordeel in beginsel worden beschouwd als het resultaat van de koop- en verkoopactiviteiten, en worden berekend als het verschil van de verkoopopbrengst en het inkoopbedrag. Daarnaast komen voor aftrek in aanmerking kosten die tenminste voldoen aan het criterium dat zij noodzakelijk zijn om het delict te kunnen begaan. Dit criterium omvat minder dan de kosten die in een — al dan niet directe — relatie staan tot de gepleegde misdrijven. Het lijden van verlies op bepaalde drugstransacties omdat de afnemer niet aan zijn betalingsverplichting voldoet, of omdat de leverancier een mes op de keel krijgt gezet om de te leveren drugs of de ontvangen opbrengst af te staan is in dat licht gezien geen noodzakelijke kostenpost. Het past wel bij het risico van het zaken doen in dat marktsegment — het heeft er dus wel een relatie mee — welk risico aanzienlijk is en aan de vrijwillige deelnemers aan die markt als zodanig ook bekend is. Noodzakelijk zij dit soort verliezen echter niet. (Zie ook Van der Neut, Het materiële ontnemingsrecht, in: Groenhuijsen e.a., Ontneming van voordeel in het strafrecht, 1997, p. 60–61.) Dat het hof de door de verdediging opgevoerde kosten niet als verwervingskosten in mindering brengt op het behaalde voordeel is mijns inziens daarom ook niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10333ffaed7af146801c81543e668e3fae239cc7b1e5e6e93bd978b611ff1438. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10333ffaed7af146801c81543e668e3fae239cc7b1e5e6e93bd978b611ff1438, en de alinea staat in dat document op bytes 9700 tot 11072.