Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 maart 1998

Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 31 maart 1998

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 maart 1998, ECLI:NL:PHR:1998:28.

6. In het tweede middel wordt betoogd dat het hof ten onrechte de waarde van de bij verzoekers aanhouding aangetroffen en inbeslaggenomen cocaïne niet heeft meegeteld, althans dat die beslissing onvoldoende is gemotiveerd dan wel op onbegrijpelijke gronden is verworpen. In antwoord hierop, overweegt het hof dat de inbeslaggenomen cocaïne verzoeker geen voordeel heeft opgeleverd en daarom niet in mindering wordt gebracht. Ook dit oordeel van het hof geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Voorzover wordt betoogd dat met de verwerving van de inbeslaggenomen drugs kosten gepaard zijn gegaan, moet het antwoord zijn dat gerechtelijke inbeslagname eveneens tot de risico's van het métier behoort. Het gaat hier om een mislukte investering die — hoe dan ook — niet noodzakelijk was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10333ffaed7af146801c81543e668e3fae239cc7b1e5e6e93bd978b611ff1438. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10333ffaed7af146801c81543e668e3fae239cc7b1e5e6e93bd978b611ff1438, en de alinea staat in dat document op bytes 11104 tot 11945.