Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 september 1998

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 4 september 1998

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 september 1998, ECLI:NL:PHR:1998:33.

10. Het in dit middelonderdeel vervatte betoog is op zichzelf juist. De Rechtbank heeft dit echter niet miskend. De derde grief was immers, anders dan het middelonderdeel veronderstelt, niet gericht tegen het oordeel dat de weigering (het uitblijven van de reactie) zonder redelijke grond geschiedde. Zij betrof de verwerping door de Kantonrechter van het beroep van [verzoekers] op de niet-ontvankelijkheid van [verweerders] , een beroep dat werd gegrond op de stelling dat niet was voldaan aan het vereiste dat medewerking is geweigerd. Bij de beantwoording van die vraag is nog niet aan de orde of de medewerking zonder redelijke grond is geweigerd. Middelonderdeel 2 faalt derhalve bij gebrek aan feitelijke grondslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/309e199c6f11e19c1d9eea381221e933b72615696f7e7a43388f7f23e29fc63d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 309e199c6f11e19c1d9eea381221e933b72615696f7e7a43388f7f23e29fc63d, en de alinea staat in dat document op bytes 24163 tot 24898.