Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 september 1998
Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 4 september 1998
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 september 1998, ECLI:NL:PHR:1998:33.
De Rechtbank heeft een en ander niet miskend. Zij heeft in haar gewraakte overweging wel degelijk getoetst of de weigering van [verzoekers] redelijk was en is daarbij tot de slotsom gekomen dat, alle omstandigheden in aanmerking genomen, [verzoekers] redelijkerwijs hun medewerking aan de door [verweerders] voorgestelde wijziging van de splitsingsakte niet konden weigeren. Ervan uitgaande dat tussen partijen vaststond — gezien de bindende kracht van de eerdere beschikking — dat in de splitsingsakte niet van een reële verkoopwaarde van het penthouse is uitgegaan, heeft de Rechtbank vooropgesteld dat de door [verweerders] voorgestelde koopsommethode als objectieve maatstaf kan gelden voor de verdeling van de servicekosten en dat de door [verzoekers] voorgestane methode in dit geval minder geschikt is. Daarin ligt het oordeel besloten dat de weigering van [verzoekers] om aan de door [verweerders] voorgestelde wijziging mee te werken niet als redelijk kan worden gekwalificeerd voor zover deze weigering is gegrond op de wens te komen tot de door [verzoekers] zelf voorgestane verdeling van de servicekosten. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering. Het oordeel van de Rechtbank dat in de gegeven omstandigheden de redelijkheid en billijkheid meebrengen dat het [verzoekers] in beginsel niet meer vrijstaat de taxatie van [de makelaar] aan te vechten, houdt — anders dan het middel kennelijk veronderstelt — niet in dat de Rechtbank afziet van een beoordeling van de redelijkheid van de weigering. In dat oordeel ligt besloten dat alle omstandigheden van het geval in aanmerking genomen [verzoekers] naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid de taxatie van [de makelaar] in beginsel niet meer konden aanvechten zodat haar weigering ook zonder redelijke grond is voor zover deze is gebaseerd op bezwaren tegen deze taxatie. In de gegeven omstandigheden, door de Rechtbank in rechtsoverweging 6.6 expliciet genoemd, komt dit oordeel mij niet onbegrijpelijk voor mede gezien de door de Rechtbank genoemde categorische weigering van [verzoekers] om in deze slepende kwestie te komen tot een taxatie die voor de te volgen koopsommethode in ieder geval was vereist. Daarbij neem ik in aanmerking dat de Rechtbank de mogelijkheid tot ‘’aanvechten’’ openliet voor het geval dat gerede twijfel zou bestaan aan de onafhankelijkheid of de deskundigheid van de makelaar of dat de makelaar in redelijkheid niet tot zijn taxatie had kunnen komen. Op zijn juistheid kan het oordeel van de rechtbank in cassatie niet worden getoetst verweven als het is met waarderingen van feitelijke aard. Zie Uw reeds genoemde beschikking van 3 oktober 1986.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/309e199c6f11e19c1d9eea381221e933b72615696f7e7a43388f7f23e29fc63d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 309e199c6f11e19c1d9eea381221e933b72615696f7e7a43388f7f23e29fc63d, en de alinea staat in dat document op bytes 29355 tot 32058.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/309e199c6f11e19c1d9eea381221e933b72615696f7e7a43388f7f23e29fc63d | shasum -a 256