Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 1998
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 1998
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 1998, ECLI:NL:PHR:1998:41.
16. De eerste klacht deelt het lot van middelonderdeel III waarop zij – zoals gezegd – voortbouwt. Ook de tweede in het middelonderdeel vervatte klacht faalt. Naar oud recht kon rechtsgeldig een eigendomsvoorbehoud worden bedongen voor alle huidige en toekomstige vorderingen die uit een bepaalde rechtsverhouding kunnen voortvloeien. Naar huidig recht moet men zich bedienen van een bezitloos pandrecht. Het Hof is kennelijk en niet onbegrijpelijk ervan uitgegaan dat partijen een dergelijk verlengd eigendomsvoorbehoud zijn overeengekomen. Daaraan heeft het Hof terecht de conclusie verbonden dat de zekerheidsstelling op de door [verweerster] geleverde zaken bleef rusten aangezien de samenwerkingsovereenkomst niet was geëindigd en in zoverre nog sprake kon zijn van toekomstige vorderingen van [verweerster] . Tot problemen behoeft een dergelijk zekerheidsrecht niet te leiden nu wordt aangenomen dat degene aan wie onder eigendomsvoorbehoud wordt geleverd – in casu [B] – bevoegd is de zaken in zijn normale bedrijfsuitoefening te vervreemden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/876dc5c488a2e0bb1817a80caaf6f36d59c6739755ffe66fa724cad3a6015b9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 876dc5c488a2e0bb1817a80caaf6f36d59c6739755ffe66fa724cad3a6015b9f, en de alinea staat in dat document op bytes 24864 tot 25935.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/876dc5c488a2e0bb1817a80caaf6f36d59c6739755ffe66fa724cad3a6015b9f | shasum -a 256