Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 november 1998
Alinea 12 Parket bij de Hoge Raad 3 november 1998
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 november 1998, ECLI:NL:PHR:1998:46.
5. Het middel is ondeugdelijk, reeds omdat een dergelijk verweer niet is gevoerd namens de verdachte. De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte - die heeft verklaard dat zij telkens op verzoek van het slachtoffer geld heeft gehaald en dat zij telkens de bankpas aan het slachtoffer heeft teruggegeven - van het feit moet worden vrijgesproken, omdat de verklaring van het slachtoffer ongeloofwaardig is, nu zij niet eerder aangifte heeft gedaan van vermissing van haar bankpas. Een beroep op vermindering van de schade wegens eigen schuld van de benadeelde is dus niet gedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f779a46b9bda9c791486abf5eac10bac238a15fecb159622170b494d78f7c1b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f779a46b9bda9c791486abf5eac10bac238a15fecb159622170b494d78f7c1b2, en de alinea staat in dat document op bytes 5946 tot 6538.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f779a46b9bda9c791486abf5eac10bac238a15fecb159622170b494d78f7c1b2 | shasum -a 256