Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 november 1998

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 3 november 1998

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 november 1998, ECLI:NL:PHR:1998:46.

6. Ook het tweede middel is ondeugdelijk. Het hof behoefde niet te motiveren waarom, anders dan de raadsman in zijn verweer naar voren heeft gebracht, wel geloof werd gehecht aan de verklaring van het slachtoffer. Evenmin wordt de bewezenverklaring onbegrijpelijk omdat de medeverdachte door het hof van dit feit is vrijgesproken. Het hof heeft - van de tenlastegelegde diefstal in vereniging met behulp van een valse sleutel, slechts de diefstal met behulp van een valse sleutel bewezen achtend - kennelijk geoordeeld dat onvoldoende vaststaat dat die medeverdachte bij de feiten een zodanige rol heeft vervuld, dat dit als diefstal in vereniging kan worden beschouwd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f779a46b9bda9c791486abf5eac10bac238a15fecb159622170b494d78f7c1b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f779a46b9bda9c791486abf5eac10bac238a15fecb159622170b494d78f7c1b2, en de alinea staat in dat document op bytes 6542 tot 7224.