Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 november 1998

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 20 november 1998

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 november 1998, ECLI:NL:PHR:1998:48.

13. Het eerste aspect komt aan de orde in r.o. 4.13 van het bestreden vonnis. De Rechtbank overweegt daar dat [verweerder] als werknemer groot belang had bij het voortduren van zijn dienstbetrekking en dat daarom de beslissing omtrent de beëindiging van de dienstbetrekking voor hem een belangrijke en ingrijpende gebeurtenis was. Hieruit heeft de Rechtbank afgeleid dat Ameva heeft moeten begrijpen dat [verweerder] door zijn onervarenheid heeft besloten aanstonds een beslissing te nemen (in de veronderstelling een goede deal te sluiten) in plaats van zich daarover eerst nader te oriënteren, zoals in dergelijke gevallen voor de hand zou hebben gelegen. Deze gedachtengang is niet onbegrijpelijk en maakt m.i. voldoende duidelijk waarom naar het oordeel van de Rechtbank Ameva heeft moeten begrijpen dat de omstandigheden [verweerder] in een benarde positie brachten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31bd45382d44be7a11ab81753f75840cd9e034d09752b543dae91f05775e759a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31bd45382d44be7a11ab81753f75840cd9e034d09752b543dae91f05775e759a, en de alinea staat in dat document op bytes 13163 tot 14049.