Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 januari 1998

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 16 januari 1998

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 januari 1998, ECLI:NL:PHR:1998:51.

4. BUMA en STEMRA stellen zich op het standpunt dat zij ingevolge art. 3 van de exploitatiereglementen de beleidsvrijheid hebben om van incasso af te zien en dat zij zich door middel van de voormelde brief van 29 januari 1985 ten opzichte van [eiser] tijdig en regelmatig op het voorbehoud van art. 3 hebben beroepen. Naar het oordeel van BUMA en STEMRA heeft de term "tijdig" als bedoeld in dat artikel betrekking op de termijn welke BUMA en STEMRA in acht hebben te nemen bij het reageren op een klacht van een deelnemer over het afzien door BUMA en STEMRA van incasso. BUMA en STEMRA stellen zich daarom op het standpunt dat, nu direct nadat [eiser] door zijn advocaat met hen contact had laten opnemen de brief van 29 januari 1985 is verzonden, dat niet anders dan tijdig kan heten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e753331cb25d2a3664c9099f454e6eb2c874090e8583208b6ede04458986e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4e753331cb25d2a3664c9099f454e6eb2c874090e8583208b6ede04458986e, en de alinea staat in dat document op bytes 7632 tot 8431.