Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 januari 1998

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 16 januari 1998

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 januari 1998, ECLI:NL:PHR:1998:51.

6. In zijn bestreden arrest heeft het Hof vooropgesteld dat het ten gehore brengen van muziek tijdens uitvaartplechtigheden in beginsel een openbaarmaking in de zin van art. 12 van de Auteurswet 1912 is (r.o. 4.5), zodat BUMA en STEMRA op grond van het exploitatiecontract met [eiser] in beginsel verplicht zijn de aan [eiser] ter zake van dat ten gehore brengen toekomende vergoeding te innen (r.o. 4.6). Wat de uitleg van art. 3 van de exploitatiereglementen betreft, oordeelde het Hof dat BUMA en STEMRA zich terecht op het standpunt stellen dat zij zich met de brief van 29 januari 1985 ten opzichte van [eiser] hebben beroepen op het voorbehoud van art. 3 van de exploitatiereglementen. Het Hof overwoog onder meer (r.o. 4.11):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e753331cb25d2a3664c9099f454e6eb2c874090e8583208b6ede04458986e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4e753331cb25d2a3664c9099f454e6eb2c874090e8583208b6ede04458986e, en de alinea staat in dat document op bytes 8558 tot 9303.