Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 januari 1998
Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 16 januari 1998
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 januari 1998, ECLI:NL:PHR:1998:51.
"De stelling van [eiser] dat de brief daartoe niet kan dienen omdat zij niet tijdig is verzonden aangezien het bewuste lied in 1985 al veertien jaar op de markt was, berust op de misvatting dat een beroep op artikel 3 ten aanzien van een bepaald werk aan iedere exploitatie van dat werk vooraf zou moeten gaan. Zulks valt in redelijkheid uit genoemd artikel 3 niet af te leiden. Ook in het betoog dat de brief onduidelijk en ongemotiveerd is, kan het hof [eiser] niet volgen. Buma laat weten dat zij bewust, om haar moverende redenen van policy, de incasso van de auteursrechten bij uitvaartplechtigheden achterwege laat. Zij wijst er daarbij op (dat) zij die incasso op zichzelf wel mogelijk acht, maar dat zij het vooralsnog juister oordeelt om die incasso achterwege te laten. Aldus laat de brief aan duidelijkheid omtrent het standpunt van Buma niets te wensen over. "
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e753331cb25d2a3664c9099f454e6eb2c874090e8583208b6ede04458986e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4e753331cb25d2a3664c9099f454e6eb2c874090e8583208b6ede04458986e, en de alinea staat in dat document op bytes 9324 tot 10209.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e753331cb25d2a3664c9099f454e6eb2c874090e8583208b6ede04458986e | shasum -a 256