Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 januari 1998
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 16 januari 1998
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 januari 1998, ECLI:NL:PHR:1998:51.
12. Met name is duister waarom naar de opvatting van het Hof niet opgaat het betoog van [eiser] dat hij bij het sluiten van het exploitatiecontract ervan mocht uitgaan dat daadwerkelijk tot exploitatie en handhaving door BUMA en STEMRA zou worden overgegaan en dat zulks slechts anders zou zijn, indien dat "tijdig", dat wil zeggen zodra incasso-activiteiten kunnen worden ontplooid doch BUMA en STEMRA daarvan afzien, aan hem zou zijn medegedeeld. In aanmerking genomen dat de deelnemer volgens de tweede zin van art. 3 van de exploitatiereglementen het recht om zijn auteursrechten zelf te exploiteren en te handhaven pas verkrijgt, nadat hem door BUMA en STEMRA de bedoelde mededeling is gedaan, is zonder nadere motivering, welke in het bestreden arrest ontbreekt, niet goed begrijpelijk waarom naar 's Hofs oordeel de betekenis die [eiser] stelt in de gegeven omstandigheden aan art. 3 te hebben mogen toekennen, niet kan worden aanvaard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e753331cb25d2a3664c9099f454e6eb2c874090e8583208b6ede04458986e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4e753331cb25d2a3664c9099f454e6eb2c874090e8583208b6ede04458986e, en de alinea staat in dat document op bytes 12929 tot 13885.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e753331cb25d2a3664c9099f454e6eb2c874090e8583208b6ede04458986e | shasum -a 256