Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 1998

Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 25 september 1998

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 1998, ECLI:NL:PHR:1998:7.

Bij de vraag of de tekortkoming de ontbinding rechtvaardigt moet rekening moet worden gehouden met alle omstandigheden, waaronder de aard van de overeenkomst en de belangen der partijen over en weer (vgl. HR 10 augustus 1992, NJ 1992, 715). Zo is het mogelijk dat aan een schuldenaar een reeks tekortkomingen kan worden verweten, die elk op zich zelf niet belangrijk zijn, maar wel in haar geheel, zoals het voortdurende in gebreke zijn met de betaling van huurtermijnen. Vgl. HR 29 oktober 1971, NJ 1972, 40 m.nt. GJS; Asser-Hartkamp 4-II, nr. 516; Hartlief, Losbl. Verbintenissenrecht, aant. 10 bij art. 265; Bakels, Ontbinding bij wederkerige overeenkomsten, diss. Leiden 1993, p. 283/284.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ddc037858b1f2580c7b3cd09fad3ce536d619cac47eff941fc888896ff8d13c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ddc037858b1f2580c7b3cd09fad3ce536d619cac47eff941fc888896ff8d13c1, en de alinea staat in dat document op bytes 20383 tot 21089.