Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 1998

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 25 september 1998

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 1998, ECLI:NL:PHR:1998:8.

Anderzijds geldt dat het ook zonder een voorafgaande inspectie aan appellant duidelijk had moeten zijn geweest dat hij de woning niet in de vastgestelde erbarmelijke staat had mogen opleveren. De kosten die appellant had moeten maken om de woning zelf in een staat te brengen die in alle redelijkheid als "goed" in de zin van artikel 7A:1599 BW en niet als erbarmelijk kan worden gekenschetst kan geïntimeerde redelijkerwijs als schadevergoeding van appellant vorderen. Het ontbreken van een voorafgaande inspectie of een ingebrekestelling doet hieraan niet af. De verplichting om een woning bij het einde van de huurovereenkomst in goede staat op te leveren dient uiteraard te worden vervuld uiterlijk bij het einde van de huurovereenkomst. In zoverre is er sprake van een fatale termijn waardoor een ingebrekestelling niet vereist is voor het doen intreden van het verzuim .'

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/16b433d65fcc38f3c042c633b55d14622d704a752f4e5aa86898ea7d0b107f29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 16b433d65fcc38f3c042c633b55d14622d704a752f4e5aa86898ea7d0b107f29, en de alinea staat in dat document op bytes 10714 tot 11647.