Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 1998

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 25 september 1998

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 1998, ECLI:NL:PHR:1998:8.

9) Ik merk nog op dat het beroep dat in de gedingstukken en ook bijv. door Dozy, Handboek Huurrecht (aant. 5b bij art. 1599) op enige uitspraken van de Hoge Raad wordt gedaan, mij niet beslissend voorkomt. Deze uitspraken (HR 12 november 1993, NJ 1994, 155 m.nt. PAS; HR 25 februari 1994, NJ 1994, 451; HR 20 september 1996, NJ 1996, 748) hebben betrekking op de verplichting van de ver huurder om de zaak tijdig en in goede staat aan de huurder ter beschikking te stellen (doorgaans: op het afgesproken tijdstip) c.q. om de huurder in staat te stellen zijn wegnemingsrecht uit te oefenen. In hoeverre daarbij sprake is van een fatale termijn c.q. behoefte is aan een ingebrekestelling wordt m.i. door andere factoren bepaald dan de vraag hoe de opleververplichting van de huurder bij het einde van de huur moet worden opgevat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/16b433d65fcc38f3c042c633b55d14622d704a752f4e5aa86898ea7d0b107f29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 16b433d65fcc38f3c042c633b55d14622d704a752f4e5aa86898ea7d0b107f29, en de alinea staat in dat document op bytes 17423 tot 18297.