Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 1998
Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 25 september 1998
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 1998, ECLI:NL:PHR:1998:8.
10) Aan de steller van het cassatiemiddel kan overigens worden toegegeven dat de door de rechtbank in de onderhavige zaak gebezigde volzin, waartegen het cassatiemiddel zich keert (zie de laatste zin van het citaat hierboven), ook mij niet juist voorkomt, althans indien de rechtbank daarbij aan een fatale termijn in de zin van art. 6:83 onder a heeft gedacht. Van een zodanige fatale termijn is m.i. alleen sprake indien de overeenkomst (of een andere rechtshandeling) een 'voor de voldoening bepaalde termijn' bevat (vgl. Parl. Gesch. Boek 6, p. 291 en 294), niet wanneer een dergelijke termijn gesteld wordt in een opzegging of in een rechterlijke uitspraak. Mogelijk moet die volzin opgevat worden in de door mij bedoelde zin, dat de verplichting van de huurder om het gehuurde in goede staat op te leveren naar haar aard (dus zonder ingebrekestelling) moet worden nagekomen op het tijdstip van het einde van de huurovereenkomst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/16b433d65fcc38f3c042c633b55d14622d704a752f4e5aa86898ea7d0b107f29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 16b433d65fcc38f3c042c633b55d14622d704a752f4e5aa86898ea7d0b107f29, en de alinea staat in dat document op bytes 18576 tot 19593.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/16b433d65fcc38f3c042c633b55d14622d704a752f4e5aa86898ea7d0b107f29 | shasum -a 256