Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 1998

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 1998

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 1998, ECLI:NL:PHR:1998:9.

8. Dit middel faalt. Aan de steller van het middel zij zonder meer toegegeven dat het kort geding naar zijn aard slechts beoogt een voorlopige voorziening te geven, een ordemaatregel, die geldt voor de periode totdat ten principale een oordeel is verkregen. Daarbij zij overigens bedacht dat aan het kort geding een meer definitieve betekenis toekomt ingeval op het kort geding geen bodemprocedure volgt, zodat dan het kort geding zijn werking niet kan verliezen door een beslissing van de bodemrechter. Het is aan partijen overgelaten de bodemrechter al dan niet te adiëren zoals het partijen ook vrijstaat al dan niet hoger beroep aan te tekenen tegen de beslissing van de President in kort geding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ecf71d71bada8169de53fdaa4225dbe9b4b25d144dbc1376cb2b7c5d8cb68f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ecf71d71bada8169de53fdaa4225dbe9b4b25d144dbc1376cb2b7c5d8cb68f7, en de alinea staat in dat document op bytes 15969 tot 16684.