Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 1998

Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 1998

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 1998, ECLI:NL:PHR:1998:9.

Middelonderdeel 4 klaagt dat het Hof had moeten nagaan hoe de veroordeelde, CTAV, het haar opgelegde verbod met dwangsom heeft opgevat als het al zou hebben vrijgestaan het begrip overtreding te bezigen in andere zin dan bedoeld in art. 611b RV. In dat verband wordt erop gewezen dat [eiseres] in het onderhavige geding herhaaldelijk heeft betoogd dat CTAV het verbod heeft opgevat als te zijn opgelegd ‘’op straffe van verbeurte van een dwangsom per bakje’’; daarbij wordt verwezen naar de door [eiseres] in dit geding in prima overgelegde pagina uit de pleitnota van CTAV in het hiervoor onder 2 viii) genoemde hoger beroep in het geding ter zake van de verkoop van de in het verbod met name genoemde Cultra bakjes.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ecf71d71bada8169de53fdaa4225dbe9b4b25d144dbc1376cb2b7c5d8cb68f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ecf71d71bada8169de53fdaa4225dbe9b4b25d144dbc1376cb2b7c5d8cb68f7, en de alinea staat in dat document op bytes 22178 tot 22917.