Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 januari 1998

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 28 januari 1998

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 januari 1998, ECLI:NL:PHR:1998:AA2391.

H. . Hoe dit zij, het komt mij voor dat voorzover al van een inbreuk op het recht op eerbiediging van het privé leven sprake is, de wetgever binnen zijn "margin of appreciation" heeft kunnen oordelen dat het een "pressing social need" is de documentatie omtrent de identiteit van de werknemer niet aan het vrije inzicht van de werkgever over te laten, maar het te binden aan de, naar zijn oordeel, meest betrouwbare soort documenten, en dus ook geen onderscheid te maken naar gelang de identiteit van de werknemer de werkgever langs andere weg reeds bekend geworden is, al dan niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfbcb2ec3fb13da0cccf8027c94c895a23bbf9f2d343ef5d729b67b15c18fe4e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfbcb2ec3fb13da0cccf8027c94c895a23bbf9f2d343ef5d729b67b15c18fe4e, en de alinea staat in dat document op bytes 14401 tot 14997.