Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 november 1998
Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 25 november 1998
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 november 1998, ECLI:NL:PHR:1998:AA2572.
2.2.5In BNB 1982/100* maakt de HR uitdrukkelijk een vergelijking met een kwalitatieve verplichting als bedoeld in art. 6:252 BW. Opgemerkt zij, dat een kwalitatieve verplichting uitsluitend kan bestaan uit een verplichting om te dulden of niet te doen, terwijl voorts ingevolge art. 6:252, vijfde lid, BW het artikel niet van toepassing verklaart op verplichtingen die een rechthebbende beperken in zijn bevoegdheid het goed te vervreemden of te bezwaren. De vraag rijst of een anti-speculatiebeding met kettingbeding ooit in de vorm van een kwalitatieve verplichting zou kunnen worden gegoten (of per definitie na inschrijving als zodanig zou kunnen gelden). Naar mijn mening zal dit in de regel niet mogelijk zijn, omdat het beding veelal (mede) een verplichting om te doen inhoudt (aanbiedingsplicht). Ook om die reden is een dergelijke verplichting zwakker dan een kwalitatieve verplichting en is er te meer reden om aan te nemen, dat het niet in het algemeen als een zakelijk recht werkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/669cd4cbb65b9bdb3d0589166b6ff4f9267a2df82a77de0a64adbcebb520e81e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 669cd4cbb65b9bdb3d0589166b6ff4f9267a2df82a77de0a64adbcebb520e81e, en de alinea staat in dat document op bytes 28488 tot 29495.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/669cd4cbb65b9bdb3d0589166b6ff4f9267a2df82a77de0a64adbcebb520e81e | shasum -a 256