Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 november 1998

Alinea 67 Parket bij de Hoge Raad 25 november 1998

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 november 1998, ECLI:NL:PHR:1998:AA2572.

2.2.7Met enige voorzichtigheid zou ik hieruit willen afleiden, dat de HR niet langer vasthoudt aan het standpunt, dat een verplichting met kettingbeding “in het algemeen” een waardedrukkende werking heeft, maar dat dit van geval tot geval moet worden onderzocht. In het licht van het hiervoor gestelde zou dat naar mijn mening betekenen, dat “in het algemeen” wordt vervangen door “in de regel niet”. Dit zou betekenen, dat de belastingplichtige aannemelijk moet maken, waarom - in afwijking van de algemene regel - in zijn bijzondere geval de verplichting met kettingbeding wèl waardedrukkende werking heeft, hetgeen hem dus “in de regel” niet zal lukken. D.w.z. dat het enkele feit dat er een verkoopregulerend beding (in het onderhavige geval het complex van MGE-bepalingen) met kettingbeding is gemaakt, niet voldoende is .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/669cd4cbb65b9bdb3d0589166b6ff4f9267a2df82a77de0a64adbcebb520e81e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 669cd4cbb65b9bdb3d0589166b6ff4f9267a2df82a77de0a64adbcebb520e81e, en de alinea staat in dat document op bytes 30029 tot 30887.