Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 1998

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 3 maart 1998

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 1998, ECLI:NL:PHR:1998:ZD0952.

31. De klacht dat 's hofs vaststelling, dat uit de spelregels volgt dat telkens sprake is van een het spel bepalende toevalsgenerator, onbegrijpelijk is, miskent dat het hof deze vaststelling nader heeft gemotiveerd in de tweede alinea op p.11 van het arrest onder verwijzing naar de gesloten kaarten en de onbekendheid van iedere spelers met de kaarten van de andere spelers. Dit oordeel van het hof is niet onbegrijpelijk en overigens feitelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34cd250ac2d2f10f22ce05145b19df4edbebb0083cc92d1a429e1986923da77c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34cd250ac2d2f10f22ce05145b19df4edbebb0083cc92d1a429e1986923da77c, en de alinea staat in dat document op bytes 24220 tot 24681.