Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 1999

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 9 april 1999

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 1999, ECLI:NL:PHR:1999:14.

Het onderdeel faalt naar mijn mening. Toekomstige omstandigheden kunnen van belang zijn voor de vraag of ten tijde van de opzegging van de huurovereenkomst en/of het wijzen van het vonnis sprake is van een dringende behoefte het verhuurde zelf te gebruiken. Daartoe is vereist dat het redelijkerwijze zeker is dat die omstandigheid zich binnen afzienbare tijd zal voordoen. Zie De Wijkerslooth-Vinke/Van Imhoff, Handboek Huurrecht, art. 1623e, aant. 124c. De rechtbank heeft uit de verklaring van de arts afgeleid dat in de nabije toekomst ook voor de verhuurder, gezien de afname van zijn actieradius, een contra-indicatie voor bewoning van de thans door hem bewoonde woning zal gelden. Dit oordeel van de rechtbank geeft derhalve geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en het is niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6750a2a4ef57459af8d4ddde50ce37742db2deacaff50ab003c33a44e263cbd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6750a2a4ef57459af8d4ddde50ce37742db2deacaff50ab003c33a44e263cbd, en de alinea staat in dat document op bytes 11194 tot 12013.