Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 1999

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 1999

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 1999, ECLI:NL:PHR:1999:2.

‘’Naar het oordeel van het hof heeft de verdacht de betrokken vrouwen door feitelijkheden gedwongen – in de zin van het bepaalde in artikel 246 van het Wetboek van Strafrecht – tot het dulden van de bewezenverklaarde ontuchtige handelingen door die handelingen uit te voeren terwijl die vrouwen tijdens door de verdachte gegeven rijlessen een auto bestuurden, terwijl de verdachte minst genomen telkens het aanmerkelijke risico nam dat zijn handelingen tegen de wil van die vrouwen plaatsvonden. Aan een en ander doet niet af dat in een aantal gevallen slachtoffers ook na de eerste keer dat zij op de bewezenverklaarde wijze werden bejegend het rijonderricht bij verdachte nog enige tijd voorzetten.’’

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/800c2a6ffa04837f7caf70b42d798ef4a9d8b609ca65f1f67d5f746b3afc0c5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 800c2a6ffa04837f7caf70b42d798ef4a9d8b609ca65f1f67d5f746b3afc0c5e, en de alinea staat in dat document op bytes 8106 tot 8834.