Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 1999

Alinea 8 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 1999

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 1999, ECLI:NL:PHR:1999:2.

1. Verzoeker is door het gerechtshof te ’s-Gravenhage veroordeeld tot het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemenen nutte voor de duur van 240 uren, in plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden, alsmede tot zes maanden gevangenisstraf voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, wegens 1, 2, 4 en 5 ‘’Feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd’’. Het hof heeft voorts de benadeelde partij [benadeelde 1] niet ontvankelijk verklaard in haar vordering, de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] toegewezen tot een bedrag van f 500, de beledigde partij [benadeelde 3] niet ontvankelijk verklaard in haar vordering, en de vordering van de beledigde partij [benadeelde 4] toegewezen tot een bedrag van f 500.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/800c2a6ffa04837f7caf70b42d798ef4a9d8b609ca65f1f67d5f746b3afc0c5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 800c2a6ffa04837f7caf70b42d798ef4a9d8b609ca65f1f67d5f746b3afc0c5e, en de alinea staat in dat document op bytes 6199 tot 6988.